De stad onder de grond: het hertogelijk
paleis onder het Koningsplein
Het officiële ontstaan van Brussel wordt gesitueerd in 977, toen de hertog
van Nederlotharingen een castrum (= versterkt kasteel) bouwde op het
Sint-Gorikseiland. Toen het eiland en zijn omgeving steeds meer bevolkt raakte
door koop- en ambachtslieden, werd het veeleer een woon- en handelscentrum en
verloor het grotendeels zijn militaire waarde.
Toch moest Brussel verdedigd kunnen worden. Daarom bouwde
hertog Lambert-Balderik een nieuw militair bolwerk, een slot "supra castrum"
genaamd, op de toen nog woeste hoogte van de Coudenberg. Het kasteel werd
opgetrokken van 1047 tot 1121 en werd opgenomen in de eerste
.stadsomwalling Oorspronkelijk diende het
uitsluitend als militaire vesting, maar vrij vlug werd het ook de
verblijfplaats van de hertog en zijn gevolg: hertog Hendrik I, die regeerde van
1190 tot 1235, verliet het kasteel op Sint-Gorik om zich definitief te
"vestigen" in het slot op de Coudenberg. Voor zover een middeleeuwse vorst een
vaste vestigingsplaats had. En het is algemeen bekend dat de hertogen van
Brabant zowel in Leuven als in Brussel verbleven.
Een hertogelijk paleis is helemaal wat anders dan een
militaire versterking. Het kasteel werd dan ook verfraaid. In de XIVde eeuw
werd het zelfs volledig omgebouwd - "gerenoveerd" zouden wij nu zeggen - tot
een echte koninklijke residentie. De huiskapel van 1360 werd op initiatief van
Filips de Schone omgebouwd tot een prachtige hofkapel. Hij wilde een kapel
oprichten "zo schoon dat geen van mijn opvolgers een blaam zal geven omdat het
uitzicht op de landerijen belet wordt". Deze wens had hij uitdrukkelijk in zijn
testament opgenomen. Zijn wilsbeschikking werd met goed gevolg uitgevoerd, in
die mate zelfs dat Filips II identiek dezelfde kapel liet bouwen in zijn
Madrileense paleis.
 Het paleis op de coudenbergh met het
Balieplein
Naast de vele privé-vertrekken bevatte het paleis ook
zalen voor de meeste bestuursorganen: onder meer de Rekenkamer en de Raadkamer
waren er gevestigd. De grote zaal was zo maar eventjes 45 bij 17 meter; het
plafond was niet gewelfd en evenmin ondersteund door zuilen. Een meesterwerk
van de toenmalige architectuur. Vòòr het Paleis lag het
Balieplein, ongeveer op de plaats van het huidige Koningsplein. De omheining
van het Balieplein heeft architect H. Beyaert sterk geïnspireerd toen hij
het hekken van de Kleine Zavel ontwierp.
In het paleis gonsde het van bestuurlijke en huiselijke
activiteiten. In de kelders waren voortdurend koks aan de slag. Ook in de
nacht van 3 op 4 februari 1731 waren zij bezig. Men weet zelfs dat zij toen jam
maakten. En plots, in het midden van die nacht, laaien de vlammen uit het
hertogelijk paleis. De in de kelders ontstane brand neemt snel uitbreiding en
zet het hele gebouw in lichtelaaie. Het is ongelooflijk maar waar, amper 12 uur
na het ontstaan van de brand is het hertogelijk paleis uitgebrand, in de as
gelegd. Enkel de hofkapel heeft het vuur grotendeels overleefd. De Brusselaars
waren nochtans in groten getale toegelopen om de uitslaande brand te helpen
blussen. De poorters kwamen toegestroomd; de brouwers rukten aan met hun
"rollend materieel", met hun karren volgestouwd met vaten water. Maar de
paleiswachters lieten niemand tot het domein toe: er bestond immers een
ordonnantie die buitenstaanders verbood om het paleis te betreden tijdens de
nacht. En onder het mom van "bevel is bevel" mochten de Brusselaars niet
blussen en kon het paleis uitbranden. En een bevel was toen nog een bevel. Dat
ondervond de hellebaardier die de aartshertogin Maria-Elisabeth, de toenmalige
landvoogdes, van een gewisse verbrandingsdood redde. Zij sliep rustig door
terwijl de brand woedde. Een hellebaardier drong haar slaapkamer binnen, wekte
de aartshertogin die - zo zeggen de annalen - nauwelijks de tijd had om een
jurk en één kous aan te trekken en droeg haar de open lucht in.
Het verhaal loopt dat de reddende hellebaardier gestraft werd: het was immers
ten strengste verboden om 's nachts de vorstelijke slaapvertrekken te betreden
en ook het aanraken van de aartshertogin was een grove verbodsovertreding.
Zo brandde het hertogelijk paleis uit. De overheid liet de stadspoorten
sluiten om dieven en helers te beletten de stad te verlaten.
Aan een heropbouw konden de Brusselaars niet denken: zij
hadden hun geld en energie immers gestoken in de heropbouw van de
Grote Markt na de Franse beschieting in
1695. De ruïnes van het paleis bleven dus onaangeroerd; de kapel werd
zelfs gesloopt... En toen Karel van Lorreinen in 1772 het Koningsplein en zijn
omgeving liet aanleggen werden de restanten van het paleis onder aarde
bedolven. Zij bevinden er zich nog (zie gedenkplaat op het Belle Vue-hotel) .
 Het Koningsplein
Naar: Junius Julien
(1991). Ogen-blikken in Brussel: op verkenning in de Brusselse
vijfhoek. Gepubliceerd met toestemming van de auteur. Deze pagina maakt deel uit van het Brussels OnderwijsPunt - 2002
|