Manneken- Pis
Legenden
Geschiedenis
Legenden in het meervoud. Dat moet inderdaad.
- Want er zijn mensen die beweren dat...
...in het huis
op de hoek van de Eikstraat en de Stoofstraat - die
werd zo geheten omdat er zich reeds in 1212 een "stove" of openbare
badgelegenheid bevond - in dat hoekhuis woonde een oude heks die door iedereen
gevreesd en gehaat werd. Iedereen ontweek haar en haar woning maar... Op
een dag wandelde een knaapje langs dat huis en nietsvermoedend deed hij zijn
kleine behoefte tegen de deur van de heks. Dergelijke futiliteiten gebeurden
toen nog wel meer. Maar de heks sprong woedend naar buiten en vervloekte het
jongetje: "Omdat gij mijn woning onteerd hebt, veroordeel ik U om dat
onfatsoenlijk gedrag eeuwig te blijven beoefenen". En inderdaad, het knaapje
bleef daar versteend staan plassen. Gelukkig woonde in de omgeving een brave
oude man die door iedereen even geliefd was als de heks gevreesd werd. Deze
grijsaard had alles gezien en gehoord. Onmiddellijk nam hij een stenen beeldje
en zette dat op de plaats van de jongen. De vloek werd opgeheven, het knaapje
kon terug naar zijn ouders en het beeldje doet nog steeds waartoe het knaapje
eigenlijk gedoemd was.
- Anderen beweren evenwel dat...
... Brussel in die
tijd belegerd werd door een machtige vijand. Met ware heldenmoed konden de
Brusselaars hun vijand buiten de stad houden. Toen het beleg te lang duurde en
de stad niet in te nemen leek, besloten de belegeraars een list te gebruiken:
ze wilden de stad in brand steken. Heimelijk staken zij een lont aan die
naar een groot kruitvat liep. Dan poetsten zij de plaat en hieven zogezegd het
beleg op. De Brusselaars vierden feest maar in hun overwinningsroes schonken
zij geen aandacht aan het grote gevaar dat hen bedreigde. Waarschijnlijk zou de
hele stad in vlammen opgegaan zijn indien een jongetje de brandende lont niet
had opgemerkt. En hoe klein dat baasje ook was, hij begreep onmiddellijk het
gevaar. Pienter was hij ook: omdat er geen water in de omgeving was, plaste hij
op de lont die sissend doofde. Spoedig werd deze vernuftige daad in heel
Brussel bekend. Om hulde te brengen aan deze schrandere redding van hun stad
lieten de burgers een standbeeld maken dat de heldhaftigheid van het mannetje
nu nog bestendigt.
- Weer anderen vertellen...
Een Brussels gezin had maar
één kind. Toen dat jongetje ongeveer vier jaar oud was, vond in
Brussel een groot feest plaats. Ook ons jongetje en zijn ouders namen deel aan
de pret. Zij waren op hun paasbest uitgedost en zoonlief wou alles zien. Plots
stelden de ouders vast dat zij hun zoontje niet meer bij zich hadden. Zij
werden erg ongerust en gingen op zoek. Vergeefs echter. Het knaapje zelf
doolde zonder angst of vrees door de stad, van de ene festiviteit naar de
andere attractie. Voor hem was er niets aan de hand, maar zijn ouders werden
doodongerust, zeker wanneer hun zoontje na vier volle dagen nog niet opgedaagd
was. Zij vreesden zelfs het ergste! Toch gaf de vader de hoop en het zoeken
niet op. En eindelijk, op de vijfde dag kwam hij op de hoek van de Eikstraat en
de Stoofstraat waar... zijn zoontje dringend zijn kleine behoefte deed. De
vader was zo gelukkig dat hij zijn zoontje liet vereeuwigen in de houding
waarin hij hem teruggevonden had. Sindsdien laat een stenen beeld steeds een
straaltje water in de eronder geplaatste kom stromen.
- Nog anderen menen dat...
- In die tijd werden de joden weer eens in een slecht
daglicht gesteld. Zij werden beschuldigd van allerlei misdaden en werden dan
ook door de andere mensen geschuwd. De overheid werkte daar sterk aan mee en
meestal werden de joden uit de steden verbannen. Als zij toch in de stad
mochten blijven, dan moesten zij zich in welbepaalde wijken vestigen, in een
zogenaamd getto. Zo kende Brussel in zijn middeleeuwse geschiedenis twee
verschillende getto's.
Tot hier klopt de geschiedenis maar dan... Een
jood uit het Brusselse getto roofde een klein Brusselaartje bij zijn ouders en
bracht het naar zijn eigen woning. Men beweert zelfs dat de jood het knaapje
wilde vermoorden. Maar de vader van het jongetje liet grootscheepse zoektochten
naar zijn zoontje organiseren. Hij was immers een voornaam burger en kon overal
"huiszoekingen" laten verrichten. De betrokken jood werd zo bang dat hij de
geroofde knaap stiekem terug naar de stad bracht, op de hoek waar hij hem
meegenomen had. En daar vonden de ouders hun zoontje terug. Uit dankbaarheid
lieten zij een beeldje oprichten, in dezelfde houding als waarin zij hem
aangetroffen hadden.
- Wie het vorige niet gelooft, kan misschien aannemen
dat...
Godfried was een kleine, bijna vijf jaar oude prins. Op zekere dag
liep hij mee aan het hoofd van een grootse processie, die het leger
Kruisvaarders ging verwelkomen bij hun terugkeer uit het Heilig Land. Toen de
processie aan de hoek van de Eik- en de Stoofstraat aankwam, moest de kleine
Godfried gevolg geven aan een dwingende kleine behoefte. De kleine dacht zich
in een minimum van tijd weer bij de processie te kunnen voegen, maar de
"ontlasting" duurde zo lang dat hij zijn plaats pas opnieuw kon innemen toen de
plechtige stoet terugkeerde. Dat was ongeveer een uur later.
- En wat de meesten als "de waarheid" beschouwen, volgt
nu...
In het midden van de XIIde eeuw waren de legers van Godfried II,
hertog van Brabant, in Ransbeek slaags geraakt met de troepen van de Berthouts,
de heren van Grimbergen. Hertog Godfried II was toen maar een tweejarig
knaapje dat aan het hoofd van zijn leger naar het slagveld werd gedragen... in
zijn wieg. Bij de eerste gevechten leek het dat de Berthouts de slag gingen
winnen. Maar toen verscheen de kleine Godfried II ten tonele: in zijn wieg was
hij in de top van een eik gehesen zodat hij een overzicht over het hele
strijdtoneel kreeg. Het zien van hun jonge hertog bezorgde de Brabanders nieuwe
moed. De krijgskansen keerden en de Berthouts moesten wijken. Vanaf zijn hoge
troon gaf Godfried duidelijk uiting aan zijn misprijzen voor de Berthouts: hij
stond op in zijn wieg en vanuit de hoogte en de verte waterde hij op hen. Na
dit krijgshaftig optreden leden de Berthouts een verpletterende nederlaag. De
zegevierende soldaten van Godfried droegen de wieg van hun hertog in triomf
naar Brussel waar zij op een straathoek een eik plantten. Later werd op die
plaats ook het beeldje van de kleine hertog geplaatst. Zo zou het bronzen
beeldje het zinnebeeld zijn van het heroïsche optreden van de jonge hertog
Godfried II.
Wat de legenden ook mogen beweren, zij zijn elk gesitueerd
in de periode van de Xde tot de XIIde eeuw, wat zou kunnen betekenen dat het
eerste beeldje ook uit die periode dateert. Het was in de middeleeuwse steden
trouwens een algemeen verschijnsel dat op verschillende plaatsen fonteinen
werden opgericht om de inwoners van drinkwater te voorzien dat, in geval van
nood, ook gebruikt kon worden om branden te blussen.
In ieder geval - zo zeggen de stadsarchieven - stond er in
1452 een beeldje op de hoek van de Eikstraat en de
Stoofstraat. Het
stond bekend als Juliaensken Borre (= fontein van kleine Juliaan) maar werd,
wegens zijn speciale vorm, in de volksmond veelal Manneken-Pis genoemd. En
zoals wij weten heeft de volkstaal het gehaald op de officiële benaming,
die na 1668 nergens meer opduikt. Het eerste beeldje was in steen. In 1619
werd het vervangen door een bronzen beeld dat in opdracht van het stadsbestuur
gegoten werd door Jeroom Duquesnoy senior, een groot Brussels beeldhouwer. De
stad betaalde hem vijftig rijnlandse gulden voor zijn werk. In hetzelfde jaar
kreeg beeldhouwer Daniel Raessens de opdracht om voor deze fontein een zes voet
hoge pijler en twee waterkuipen te vervaardigen. Hij ontving honderdtachtig
rijnlandse gulden voor zijn werk. In 1770 werd de pijler vervangen door de nis
in blauwe steen waarin ons Manneken nu nog troont. Het beeldje kende een
bewogen geschiedenis. Tijdens de beschieting van Brussel in 1695 door de
troepen van de Zonnekoning Lodewijk XIV, haalden de Brusselaars hun
beschermeling spontaan van zijn voetstuk om hem te beschutten tegen de Franse
kanonballen. Op 19 augustus 1695 werd het beeldje opnieuw op zijn sokkel
geplaatst. Het werd een groot volksfeest.
 In groot ornaat: markieshabijt uit de XVIII de eeuw.
Zijn eerste kostuum kreeg hij van Maximiliaan-Emmanuel van
Beieren, die van 1692 tot 1714 gouverneur-generaal van de Nederlanden was. Deze
keurvorst nam in 1698 deel aan een feest van de haakbusschutters. Hij slaagde
erin de oppergaai neer te halen en werd natuurlijk tot koning van de gilde
uitgeroepen. De gelukkige Maximiliaan schonk al zijn gildebroeders een pak uit
blauw Beiers laken en gaf er ook één aan Manneken-Pis. Later werd
het beeldje verschillende keren geroofd:
- in 1745 door Engelse soldaten aan wie het beeldje
ontfutseld werd door de inwoners van Geraardsbergen die het Manneken eerst ten-
toonstelden op hun Grote Markt en nadien terugbezorgden aan de Brusselaars.
- in 1747 zelfs twee keer door Franse soldaten. De tweede
keer ontstonden er onlusten in Brussel, maar gelukkig vloeide er geen bloed.
Koning Lodewijk XV liet de soldaten straffen om hun baldadig- heden. En om de
Brusselaars opnieuw gunstig te stemmen, gaf hij het Manneken een prachtig met
goud geborduurd brokaten kostuum, een pluimhoed en een degen. Tevens werd
Manneken-Pis in de adel verheven en tot ridder geslagen in de orde van
Saint-Louis. Hierdoor moesten de Fransen hem in het voorbijgaan eerbiedig
groeten...
- in 1817 door de vrijgelaten dwangarbeider Lycas. Maar de
dief werd spoedig gevat en aan de schandpaal gebonden. Even later werd
Manneken-Pis opnieuw op zijn voetstuk geplaatst. De toenmalige pers juichte
uitbundig: "Ons Manneken-Pis is vandaag 6 december 1817 in zijn functies
hersteld... Hij verscheen weer voor hun ogen in eenvoudig apparaat, zonder
nutteloze feestkleding die men op sommige hoogdagen doet aantrekken..."
- twee roofpogingen, in 1955 en 1957, mislukten.
Naar: Junius Julien
(1991). Ogen-blikken in Brussel: op verkenning in de Brusselse
vijfhoek. Gepubliceerd met toestemming van de auteur. Deze pagina maakt deel uit van het Brussels OnderwijsPunt - 2002
|