Zo ontstond Brussel
Waar nu de Anspach- en de Lemonnierlaan liggen, daar vloeide
vroeger de Zenne. (De Zenne is in de negentiende eeuw overwelfd onder de
genoemde lanen, en nog later omgeleid. De Zenne stroomt nu dus niet meer onder
de grote lanen.) Waar zich nu het Sinte-Kathelijneplein bevindt, daar was na de
aanleg van het kanaal Brussel-Willebroek in 1561, de haven van Brussel. Het is
dus niet verwonderlijk dat de belendende straten "kaaien" heten en dat de
Brusselaars over het plein spreken als "de vismèt"(= vismarkt). En
waar nu het Sint-Goriksplein ligt, daar ontstond vermoedelijk rond 500 na
Christus de landelijke nederzetting Bruocsella, zoals Brussel oorspronkelijk
heette. De naam betekent: nederzetting in het moeras.
 Het Sint-Gorikseiland en het
castrum
In haar moerassige vallei had de Zenne drie
eilanden gevormd: het Groot Eiland of Sint-Gorikseiland, het Klein Eiland of
Overmoleneiland en het Ridderseiland. De Zenne was toen een vrij belangrijke
waterweg die goed bevaarbaar was en Brussel via de Rupel verbond met de
Schelde. Op het Sint-Gorikseiland bouwde de hertog van Neder-Lotharingen in 977
een pleisterplaats.
Wegens zijn goede ligging aan de Zenne en aan de
belangrijke handelsweg tussen Brugge en Keulen, kende Brussel een vrij snelle
groei: het werd een belangrijk handelscentrum dat zich spoedig uitbreidde naar
de bovenstad (Sint-Michielskathedraal, Coudenberg, Zavel...) die een grotere
veiligheid bood tegen de regelmatige overstromingen van de Zenne. Reeds in de
elfde eeuw kreeg de stad haar eerste omwalling.
 Maquette van de
Sint-Gorikswijk
Brussel werd de hoofdstad van het hertogdom Brabant en,
uitgezonderd tijdens de annexatie bij Frankrijk, heeft Brussel steeds een
hoofdstedelijke functie vervuld.
Naar: Junius Julien
(1991). Ogen-blikken in Brussel: op verkenning in de Brusselse
vijfhoek. Gepubliceerd met toestemming van de auteur. Deze pagina maakt deel uit van het Brussels OnderwijsPunt - 2002
|