logo BOP - terug naar start
www.vgc.be - www.digitaalbrussel.be   
start BOP wat is BOP nieuw op BOP contact zoek
 
wat ? lesmateriaal ICT-toepassingen didactische tips en achtergronden

Sint-Michiel en Sinte-Goedele

Reeds vroeg ontstond in Brussel een grote verering voor de aartsengel Michael. Hij is trouwens nog altijd de beschermheilige van de stad Brussel. Hij siert het zegel van de stad vanaf haar oorsprong en men vindt zijn afbeelding op alle officiële documenten van de stad. De verering van Sint-Michiel werd snel geconcretiseerd in de bouw van een kerk die hem toegewijd werd en die op de Molenberg werd opgetrokken. Velen beweren dat de stad Brussel eigenlijk ontstond op de flanken van de Molenberg en niet op een eiland in de Zenne. Zij hebben minstens evenveel argumenten als de verdedigers van het Sint-Gorikseiland.


Links: de mortel wordt aangemaakt.
Midden: de muren worden gecontroleerd met schietlood en winkelhaak.
Rechts: de steenhouwers bereiden de steen voor.


Een takel brengt stenen naar boven. De muur wordt gecontroleerd met waterpas en schietlood.

Van de oorspronkelijke Sint-Michielskerk is zeer weinig bekend, maar echt groots en vorstelijk kan zij toch niet geweest zijn. Wel staat het vast dat hertog Lambert II op dezelfde Molenberg een nieuwe kerk in romaanse stijl bouwde ter ere van Sint-Michiel, op de plaats waar de Sint-Michielskathedraal zich momenteel nog bevindt. Op 16 november 1047, de dag waarop "zijn" kerk werd ingewijd, liet de hertog er de relikwieën van Sinte-Goedele naar overbrengen. Sindsdien heette de kerk officieel "de collegiale van de heiligen Michiel en Goedele". Maar in de volksmond haalde Sinte-Goedele het op de aartsengel en werd en wordt de kerk nog steeds Sinte-Goedele genoemd. Ook nog na 1961, toen Brussel de zetel werd van het aartsbisdom Mechelen-Brussel en de kerk officieel gepromoveerd werd tot de Sint-Michielskathedraal. Tussen haakjes, het plein waarop zij zich bevindt werd toen omgedoopt tot het Sint-Goedeleplein en de hoofdingang wordt sindsdien betreden via het Sint-Goedelevoorplein. Lang werd gedacht dat van de romaanse kerk uit 1047 niets meer overbleef. Zij werd immers vervangen door het huidige gotische monument waarvan de bouw aangevat werd in 1226 en pas beëindigd werd tijdens het bewind van Keizer Karel V: in een tijdsspanne van ongeveer 300 jaar kwam dit prachtvoorbeeld van kerkelijke gotische bouwkunst tot stand. Bij de huidige restauratie van de kathedraal werden evenwel de funderingen van de romaanse kerk blootgelegd. De Sint-Michielskathedraal is dan ook een archeologische crypte rijker die permanent bezocht kan worden.

Maar nu terug naar Sinte-Goedele... Officieel weten wij dat zij de dochter was van Witger, graaf van Austrasië en van de heilige Amalberga. En dat zij rond 625 geboren werd in het kasteel van Ham in Moorsel, in het land van Aalst waar zij in 712 gestorven en begraven is. De vele mirakels die tijdens haar leven gebeurden - zij leefde in de zogeheten "eeuw der heiligen" - betekenden een haast onuitputtelijke inspiratiebron voor vele Brusselse kunstenaars.
Karel de Grote liet haar stoffelijk overschot overbrengen van het kasteel van Ham naar Moorsel dorp waar op zijn aandringen een zusterklooster werd opgericht. Toen de Noormannen onze landen binnenvielen, werd het reliekschrijn van Sinte-Goedele in de omgeving van Luik in veiligheid gebracht. Toen de Vikingen vertrokken waren, werd het schrijn teruggebracht naar het klooster van Moorsel dat, samen met de bijbehorende landerijen, rond 940 ingepalmd werd door een zekere baron Wenemar. Alle pogingen om de goederen terug te laten geven aan de zusters, mislukten. Toch slaagde men erin om het reliekschrijn van Sinte-Goedele vrij te krijgen en het te laten overbrengen naar Brussel, naar de Sint-Gorikskerk. Dit alles gebeurde tussen 976 en 981. Maar hertog Lambert II beweerde dat de relikwieën niet goed en veilig genoeg bewaard werden in een ondergeschikte kerk als die van Sint-Gorik en liet ze, zoals wij weten, in 1047 overbrengen naar de door hem gebouwde kerk op de Molenberg, die sindsdien de collegiale van de heiligen Michiel en Goedele genoemd werd.
Die overbrenging gebeurde evenwel niet probleemloos: Sinte-Goedele was zo geliefd en vereerd in de Sint-Goriksparochie dat alle gelovigen haar stoffelijk overschot in hun midden wilden behouden. En omdat hun mannen het vertikten om een voet te verzetten - wellicht durfden zij dat niet ten aanzien van hun hertog -, staken de vrouwen de handen uit de mouwen. De hertogelijke praalstoet van vooraanstaanden en priesters was, zonder tegenstand te ontmoeten, naar de Sint-Gorikskerk getrokken, had er de kostbare lijkkist opgehaald en maakte zich klaar om zich naar de bovenstad te begeven langs de Spiegelbrug bij de Steenstraat. En daar, bij de brug, gebeurde het: de woedende vrouwen van de Sint-Goriksparochie hadden zich bewapend met rietstengels die zij langs de Zenne uitgerukt hadden en wachtten de stoet op. Krijsend sloegen zij duchtig op de stoet in om hun geliefde heilige te heroveren. De vrouwen leden een zware nederlaag en zonder verdere moeilijkheden kon het reliekschrijn van Sinte-Goedele in de kerk op de Molenberg bijgezet worden.
Tijdens de beeldenstorm in 1579 werd deze kerk bijna volledig geplunderd. Ook het schrijn van Sinte-Goedele werd opengerukt en vernietigd; de relieken van de heilige werden tussen het puin gestrooid. Nooit werd nog iets ervan teruggevonden.

Dat was de geschiedenis van Sinte-Goedele. De legende voegt daar nog heel wat merkwaardige bijzonderheden aan toe. Zoals...
De vrome Goedele was zeer geliefd in Moorsel: zij bezorgde voedsel en kleren aan de armen, zij verzorgde de zieken, zij troostte de bedrukten... In één woord, zij lenigde alle ellende om haar heen. Ondanks deze drukke bezigheden vond zij nog de tijd om vele uren in gebed door te brengen. Dat deed zij ook vaak 's nachts, in de kerk van de Heilige Redder in Moorsel dorp. Op een donkere winteravond trok Goedele naar de kerk. Zij was vergezeld van een dienstmaagd die haar bijlichtte met een lantaarn. Plots klonk uit de duisternis een luide spotlach en werd de lantaarn uitgeblazen. Op die manier wilde de duivel - want hij was het - de gebedstocht voorkomen. Terwijl de angstige meid snikkend op de knieën viel, bad Goedele met gevouwen handen: "Heer, laat de Boze uit mijn nabijheid verdwijnen". Ook zij knielde neer en bad de Heer haar lantaarn opnieuw te ontsteken zodat zij haar weg in de pikdonkere nacht zou kunnen voortzetten. En God verhoorde haar gebed. Aan de hemel verscheen een stralend licht... Toen de duivel dit zag liet hij een hels gejank horen en sloeg hij ijlings en kermend op de vlucht. Inmiddels daalde uit de donkere hemel een stralende engel neer die de lantaarn opnieuw deed branden. Zo kon Goedele haar pelgrimstocht probleemloos beëindigen. En nooit, nooit nog heeft de duivel zich in haar omgeving gewaagd.

Vele jaren na haar dood liet Karel de Grote haar reliekschrijn overbrengen naar de kerk van Moorsel. Dit gebeurde op een koude winterdag. Het vroor dat het kraakte. Toch was er een grote menigte om het stoffelijk overschot naar zijn nieuwe rustplaats te begeleiden. Alle aanwezigen huiverden van de kou. De stoet trok verder, tot bij een bocht in de weg. Daar stond een boom, kaal en killig. Toen de stoet aankwam, strekte de boom zijn takken uit boven de kist. Onmiddellijk werden zij getooid met groene bladeren en bloeiende bloemen: de boom vertoonde zijn mooiste lentepracht. Maar de processie moest verder. Begeleid door de massa werd de lijkkist in de kerk geplaatst. Er werd gezongen en gebeden. Toen de mensen de kerk verlieten konden zij hun ogen niet geloven: de bloeiende boom had een nieuwe standplaats gekozen, juist voor de kerk...


naar : Junius Julien (1991). Ogen-blikken in Brussel: thematische behandeling van de didactische uitstap door het historische hart van Brussel.
Deze pagina maakt deel uit van het Brussels OnderwijsPunt - 2002