Eerste Belgische trein


Op 5 mei 1835, om 12u. 23 geeft een kanonschot het signaal: de eerste locomotief, de Pijl, vertrekt met zeven wagons bevlagd met de nationale driekleur en volgeladen met ingenieurs, magistraten, hoge ambtenaren en hogere officieren. Daarna volgt de Stephenson met nog eens zeven wagons voor de ministers, leden van het parlement en diplomaten. Ten slotte komt de Olifant, een mastodont met zestien wagons, waarvan er negen versierd zijn met de wapens van de negen provincies. Daarin zitten de andere gasten, waaronder - bescheiden en onopvallend - George Stephenson. Uit zijn atelier komen de drie machines.
De reis verloopt voorbeeldig. De reizigers zijn enthousiast. Tijdens de eerste rit wordt niet te snel gereden. In Mechelen, het centrum van het toekomstige spoorwegnetwerk, geschiedt de inwijding van de 7,5 meter hoge stenen mijlpaal. Onder de paal wordt een koffertje begraven met gedenkmedailles, het verslag van de hele ceremonie en muntstukjes uit 1835.
Tijdens de terugkeer wordt men overmoedig: de Olifant zal de dertig wagons in z'n eentje trekken. Tot in de buurt van Vilvoorde loopt alles gesmeerd. Maar de locomotief heeft te veel water verbruikt en moet worden losgemaakt om te gaan tanken in Mechelen. De negenhonderd passagiers gaan in de velden zitten. Misschien ligt de boer die vanuit de verte het geheel een beetje bang aanschouwde, aan de oorsprong van alle verhalen over vliegende schotels. En natuurlijk heeft de vertraging ook in Brussel gezorgd voor geruchten over ontplofte locomotieven en ontspoorde wagons. Maar om 17u.45 is iedereen gerustgesteld. De trein is aangekomen...