Vlaming en Italiaan Buona sera, m'n Vlaanderen In februari 1950 kwam Rocco Granata uit Italië naar België. Hij was toen 12 jaar. Zijn vader was 2 jaar daarvoor naar België gekomen. Hij was een smid. Hij kon in België 3 keer zoveel verdienen als in Italië. Met dat geld zou hij zijn zaak in Italië kunnen verbeteren. Eerst wou hij maar 1 jaar in België blijven. Maar dat ene jaar werden er 2. En toen wou hij nog een jaar blijven. En zolang kon hij niet zonder zijn gezin. Dus liet hij zijn vrouw, zijn dochter en zijn zoon Rocco naar België komen. Wablieft: Die 3 jaar in België werden er meer... Rocco Granata: Ja, die 3 jaar werden er 4 en dan 5 en dan 10. En toen dacht mijn vader: ik blijf nog wat langer. Dan had hij hier pensioen. Intussen groeiden mijn zus en ik hier op. We gingen hier naar school. We hadden hier vrienden. We trouwden hier. We kregen hier kinderen. Dus zijn mijn vader en moeder ook maar gebleven. Dat is de grote vraag voor elke migrant: blijven of terugkeren? Ja, en zeker voor Italianen. Die maken van het nieuwe land hun tweede vaderland. Dat zie je in Amerika, Canada, Venezuela, Brazilië,... Wij hadden ook naar die landen kunnen gaan. Maar het is België geworden. Italianen blijven altijd heel veel van hun land houden. Ook al wonen ze ergens anders. De band met Italië blijft altijd sterk. Ik ben Italiaan, net als mijn vader. Hij heeft ervoor gekozen niet meer terug te gaan. Mijn kinderen zijn hier geboren. Dat zijn Vlamingen. Ik zit daar tussenin. Ik voel mij verbonden met Italië. Het is het land dat ik heb gekend als kind. En ik voel me ook Vlaming. Al die gevoelens probeer ik ook in mijn liedjes duidelijk te maken. En de mensen verstaan dat. Wat dacht je toen je op je 12 jaar in Waterschei aankwam? Ik dacht dat ik hier in een ballon zat. Als ik naar boven keek, zag ik de hemel niet. Als ik naar links keek, zag ik geen bergen. Als ik naar rechts keek, zag ik geen zee. Ik zei tegen mijn vader: “Waar zijn we nu? Zitten we in een ballon?” Ik had dat grijze weer nog nooit gezien. Mijn vader antwoordde toen: “Jongen, we zijn nu in een land dat België heet. Af en toe is het hier slecht weer.” En dat was de grootste leugen die mijn vader ooit verteld heeft. Het moest zijn: “Af en toe is het hier goed weer." Je vader werkte hier in de mijn? Mijn vader was een heel goede smid. Hier ging hij in de mijn werken. Maar hij wist niet wat dat betekende. De eerste dag had hij zijn boterhammen in een wit servet gewikkeld. Als hij beneden in de mijn kwam, zag dat al pikzwart. Mijn vader was samen met 50 mensen uit zijn dorp naar hier gekomen. Sommigen gingen na 1 dag in de mijn al terug naar huis. Moest jij ook in de mijn gaan werken? Veel kinderen van mijnwerkers zijn ook in de mijn gaan werken. Voor mij zou het moeilijk geweest zijn. Ik heb een beetje schrik in kleine gesloten plaatsen. Ik zou ook al na 1 dag gestopt zijn. Gelukkig kregen kinderen van migranten hier ook andere kansen. Minister Elio Di Rupo is ook zoon van een Italiaanse migrant. En Salvatore Adamo kent iedereen wel. De loopbaan van Adamo lijkt goed op die van jou. Ja, hij is een goede zanger en een vriend van mij. Zijn vader kwam hier ook in de mijn werken. Ik begon platen te maken in 1959. Adamo begon in 1963. Hij is 4 of 5 jaar jonger dan ik. Ze zochten iemand met dezelfde hese stem als de mijne. Dat zegt hij trouwens zelf. De mensen van zijn platenfirma hielden meer van zijn stem dan van zijn liedjes. Je zingt zowel in het Italiaans als in het Nederlands. In welke taal zing je het liefst? Ik zing het liefst in het Italiaans. Ik wil trouwens niet meer in het Nederlands zingen. Behalve voor enkele optredens of voor reclame. Mijn volgende CD's zullen in het Italiaans zijn. Met Italiaanse liedjes kan je in de hele wereld terecht. Met het Nederlands kan je niet buiten Vlaanderen en Nederland. (Wablieft - 1999)