30 jaar Johan Verminnen Mogen zingen is een voorrecht Johan Verminnen was 18 jaar toen hij als zanger begon. In het begin speelde hij samen met Raymond van het Groenewoud. Ze houden beiden al jaren stand in de wereld van de Vlaamse muziek. 'Laat me nu toch niet alleen', 'Rue des Bouchers', 'Ik voel me goed', 'Brussel', 'Als mijn gitaar me helpt' en 'Jeanine' zullen we nooit vergeten. Verminnen is nu 48 jaar en is dus 30 jaar zanger. Dat vierde hij met een nieuwe CD en een reeks optredens. Voor een optreden in Bornem ging Wablieft met Johan Verminnen praten. Wablieft: Je staat nu 30 jaar als zanger op het podium. Is het nog altijd hetzelfde om voor het publiek te staan? Johan Verminnen: Ik heb het publiek zien groeien en veranderen. Er zijn mensen die 30 jaar geleden al kwamen kijken. Zij waren toen even oud als ik. Sommigen hebben me een tijdje niet meer gevolgd. Hun beroep was belangrijker. Of ze moesten voor de kinderen zorgen. Nu komen ze terug. Vaak met hun kinderen. Mijn optredens trekken nu mensen van 18 tot 60 jaar. Je blijft graag zingen voor al die mensen? Mogen zingen is een voorrecht. Ik vind dat zeer aangenaam. Ik kan het zelfs niet missen. Maar er is veel gedoe rond het zingen. En dat doe ik veel minder graag. Het oefenen, naar optredens rijden,... Is er een groot verschil met je beginjaren? In het begin hadden we veel minder comfort. Een zaal zoals deze in Bornem vond je vroeger niet. Zulke zalen zijn er pas in de jaren '70 gekomen. Vroeger speelden we vooral in kleine zaaltjes. De kleedkamer was vaak een hok. Maar als je jong bent, merk je dat niet. Ook nu hoeft al die luxe niet voor mij. Maar het is natuurlijk prettiger werken. Er is nog een groot verschil met vroeger. Artiesten worden veel beter gesteund en geholpen. Veel mensen hebben nu een beroep in de wereld van de muziek. Alles wordt veel beter aangepakt. Maar voor het publiek moet je nog altijd evenveel moeite doen. Je moet de luisteraars na 3 liedjes mee hebben. En dan moet het een feest worden. Dat is nog niet veranderd. Je bent 30 jaar aan het werk als zanger. Eigenlijk klinkt dat als een eeuwigheid. Hoe kijk je zelf terug op al die jaren? Dat is een heel lange tijd. Jacques Brel heeft maar 10 jaar muziek gemaakt. En die is nog altijd heel bekend. Ik heb al 25 CD's gemaakt. Ik ben dan ook al een paar keer gevierd. Toen ik 25 jaar als zanger vierde, is er een reeks optredens geweest. Het lijkt een beetje op een gouden uurwerk dat je krijgt op het werk. Het laatste geschenk voor je met pensioen gaat. Dat ik er na 30 jaar nog sta, betekent nog iets anders. Namelijk dat het mogelijk is je hele leven in het Nederlands te zingen. Ik hoop dat dat nog lang mag duren. Je bent bij de weinigen die daar in slagen. Ja, maar Wannes Van de Velde is ook nog steeds bezig. Will Tura zingt al veel langer dan ik. Ik ben wel trots dat ik er ook nog bijhoor. Volgens mij moet je bezig blijven en met nieuwe dingen komen. Ik maak ook al mijn liedjes zelf. Het is werken en zweten. Het komt niet vanzelf. En dan wil ik het nog niet hebben over veel of weinig talent. Al zal het zonder waarschijnlijk niet lukken. Je stijl van zingen was 30 jaar geleden nieuw. Voor jou hadden de Vlaamse zangers een andere stijl. Will Tura, Jacques Raymond, Louis Neefs,... Ik heb die stijl natuurlijk niet uitgevonden. Ik had voorbeelden in het buitenland. Ik wilde ook altijd al zanger worden. Ofwel toneelspeler. Dat laatste heb ik niet echt gedaan. Onlangs heb ik wel in de 'Tovenaar van Oz' gespeeld. Maar ik wilde als kind al spektakel brengen. Het zat in mij. Het was een droom. Mijn grote voorbeeld is Jacques Brel. Maar ik ben maar een kleine zanger tegenover die grote mijnheer. Hij zei ooit: “Ik wens je veel dromen toe en hoop dat je er enkele kan waarmaken.” Ik heb in elk geval kunnen doen waar ik als kleine jongen van droomde: zanger worden. En ik zing nog steeds. Vandaag in Bornem, morgen in Sint-Niklaas, dan in Brussel,... Die droom is dus uitgekomen. Zonder dat je echt hits gehad hebt. Je kan de hits op 1 hand tellen. 'Laat me nu toch niet alleen' haalde nummer 1. En 24 jaar later nog eens met Clouseau. 'Rue des Bouchers' en 'Ik voel me goed' zijn ook echte hits. Dan heb ik een hele reeks nummers die veel op de radio te horen waren. 'Brussel', 'Bar Tropical', 'Ik wil de wereld zien',... Blijkbaar horen een heleboel mensen mijn muziek graag. Ik schat dat zo'n 100.000 mensen van mijn muziek houden. Dat zijn ook de mensen die graag Stef Bos horen, Laïs misschien, Wannes Van de Velde, Willem Vermandere, Raymond van het Groenewoud ook en Kris De Bruyne. Op je nieuwe CD zingen enkele van die mensen mee. Zijn dat de zangers die je graag hoort? De CD heet 'Vroeger en later'. Het is een CD met 14 nieuwe liedjes. Er zit een tweede CD bij met 20 oude liedjes. Dat is om mijn 30 jaar als zanger te vieren. Die CD is dus een beetje een geschenk voor de luisteraars. Als ik even reclame mag maken: hij kost nog geen 1.000 frank. De nieuwe liedjes zing ik samen met Jo Lemaire, Laïs, Kris De Bruyne, Kommil Foo, Wannes Van de Velde,... Dat zijn mensen die ik graag hoor zingen. Ik ben ook fan van zangers uit het buitenland. Ik hou veel van Franse liedjes. Maar ook van jazz en klassiek. Ik hou van heel veel muziekjes. Dat hoor je ook in mijn nummers. Je hebt veel nummers met zuiderse muziek. Nu hoor je die muziek overal, te veel eigenlijk. Ik gebruikte die muziek al heel vroeg. In 1974 schreef ik het nummer 'Bar Tropical' met Afrikaanse muziek. In 'Ik wil de wereld zien' hoor je muziek uit Zuid-Amerika. Ik heb altijd gehouden van muziek uit de hele wereld. Maar nu is er een overvloed van die muziek. Cubaanse muziek hoor je nu meer dan genoeg. Volgend jaar wil niemand die nog horen. Nu zijn je nummers meer liedjes om naar te luisteren. Zo zijn mijn liedjes altijd geweest. Maar in het begin waren ze anders verpakt. Ze klonken harder, zoals rock en pop. Als je ouder wordt, leer je beter liedjes schrijven. Al doende wordt je muziek steeds beter. Jonge zangers en zangeressen krijgen nu weinig kansen om het vak te leren en te groeien. Ze moeten dadelijk hits maken. Ze moeten altijd aan de top staan. Dat is jammer. Toen ik begon kreeg ik veel meer kansen om te leren. Het is spijtig dat jonge artiesten die kansen niet krijgen. Eigenlijk hebben ze het moeilijker dan ik vroeger. Ook al worden ze beter begeleid en krijgen ze veel middelen. Ze krijgen de tijd niet om te groeien. Het worden liefjes voor 1 nacht. Zangers worden beter begeleid. Maar het blijft toch een onzeker beroep. Ja, daarom hebben we ZAMU opgericht. Dat staat voor 'Zangers en Muzikanten'. We hebben 550 leden. We willen meer zekerheid in ons beroep. Er gaat geen week voorbij of ik moet daarvoor naar enkele vergaderingen. En eindelijk hebben we hoop. Minister Frank Vandenbroucke heeft mij gebeld. Ik hoop dat het volgend jaar in orde zal zijn. Dat zou een mooie afsluiting van de eeuw zijn. Dan zullen we beroep kunnen doen op het ziekenfonds, misschien stempelgeld krijgen,... We moeten ook weten of we BTW moeten betalen. Er is heel weinig geregeld voor artiesten. Voor mij is het niet zo belangrijk meer. Ik heb uitgezocht hoe ik het voor mezelf moet regelen. Maar het zal veel eenvoudiger zijn voor de artiesten die beginnen. Die weten nu niet waar ze aan toe zijn. De verkiezingen zijn al even voorbij. Ben jij nooit gevraagd om in de politiek te gaan? Ik ben veel gevraagd. Vier keer om juist te zijn, door 3 verschillende partijen. Andere artiesten zijn wel in de politiek gegaan. Maar dan houdt je leven als artiest wel op. Je kan die 2 dingen niet samen doen. Door het werk voor ZAMU weet ik een beetje hoe het leven van politici eruit ziet. Het vraagt al je tijd. Ik denk dan: iedereen zijn vak. Ik wil wel gebruik maken van mijn stem, letterlijk en figuurlijk, om de politici onder druk te zetten. Hoe druk heb je het eigenlijk? Als de mensen mijn agenda zouden zien, zouden ze schrikken. Ze denken vaak: 'Die gaat wat zingen in het weekend'. Maar liedjes schrijven vraagt tijd. En we moeten oefenen. Voor deze reeks optredens hebben we 2 weken lang een toneelzaal gehuurd. We oefenden 8 uur per dag. Er spelen immers een aantal nieuwe mensen mee in het orkest. Er zijn bijvoorbeeld blazers bij. Een CD opnemen en afwerken kost ook tijd. Dan heb ik nog de vergaderingen voor ZAMU. En daar komt nog kantoorwerk bij. Wanneer schrijf je liedjes? Ik schrijf gedachten en zinnen op in een boekje. Maar ik maak er niet dadelijk liedjes van. Dat gebeurt in vlagen. Ik heb nu net een plaat af. Dus ik ga niet zo snel opnieuw beginnen. Misschien kijk ik in januari weer in mijn boekje om aan liedjes te werken. Er zal weinig druk zijn. Het duurt zeker anderhalf jaar voor ik opnieuw aan een CD begin. Je hebt veel liedjes over je eigen leven. Ik heb 2 soorten liedjes. Soms gebeurt er iets in mijn leven waarover ik dan een liedje maak. Maar je eigen leven is niet genoeg. Ook andere mensen moeten iets in het liedje herkennen. En daarvoor zit er niet genoeg in je eigen leven. Ik zing wel vaak in de ik-vorm. Daardoor spreekt een liedje veel meer mensen aan. 'Bar Tropical' zing ik alsof ik het zelf heb meegemaakt. Maar het gaat over iemand die in Belgisch Congo geboren is. En ik ben in Brussel geboren. Andere liedjes ontstaan uit iets wat je ziet gebeuren. Of ik lees iets in de krant of zie iets op TV. Daarna schrijf ik er een liedje over. Je kan natuurlijk ook de 2 soorten mengen. Maar mijn liedjes gaan altijd over iets uit het werkelijke leven. (Wablieft - 1999)