De kilometers van mijn leven (slot) Mijn naam is Ria. Ik ben 65 jaar. Ik woon in Riemst in Limburg. Vorige week kreeg ik een telefoontje van mijn tweelingzus Rita. Ik had haar al 40 jaar niet meer gehoord. "Ik wil je dringend spreken", zei ze. Rita woont in De Haan aan de kust. Ik besloot om haar op te zoeken. Dit is het verhaal van mijn lange reis met de fiets. Asse - Gent 46 km De vrouw op de koersfiets heet Katja. Ze rijdt ook tot in Gent. We stoppen samen aan 't Galgenhuisje. Ze noemen dat het kleinste café van Gent. Er kunnen maar enkele mensen binnen. Ik drink er samen met Katja een frisse pint. Onderweg vertelde ik Katja over Rita en Rik. "Maar wanneer ging het mis?" vraagt Katja. Ik vertel haar over het feestje van 1968. "Rik had een beetje te veel gedronken. Hij stapte naar Rita. Hij dacht dat ik het was. Hij kuste haar op de mond. En Rita liet hem doen. De weken daarna was het heel vreemd. Rik kon niet meer kiezen. Ria of Rita? Rita of Ria? Hij wist het echt niet meer. Wij hielden evenveel van hem. Rik had het moeilijk. En dat begrepen we zelfs een beetje. We leken te hard op elkaar. Wie kan er nu kiezen tussen een ijsje met chocolade en een ijsje met chocolade? Rita en ik wilden onszelf geen pijn meer doen. We deden Rik een voorstel. Hij zou een muntje gooien. Ik was kop. Rita was munt. Rik gooide het muntje op. Het leek wel eeuwig in de lucht te hangen." Een oude vrouw komt aan onze tafel zitten. "Sorry, ik luisterde een beetje mee. En? Was het kop of munt?" vraagt ze. De 2 vrouwen kijken me vol spanning aan. "Het muntje bleef enkele seconden op zijn zij draaien", vertel ik. "We hielden onze adem in. Het werd munt. Toen werd het stil. En dat bleef het voor 40 jaar. Rita en Rik gingen aan de kust wonen. Ik bleef alleen achter in Limburg." Gent - Brugge 56 km Ik drink nog een hele avond met mijn nieuwe vriendinnen. De volgende dag zit ik weer vroeg op de fiets. Mijn tocht naar Brugge begint. Het regent niet meer. De zon komt af en toe door de wolken. Ik fiets langs Zomergem en Ursel. Net voor Ursel rijd ik op een dikke kei. Psssssst! Mijn band vooraan staat meteen plat. In het dorp vind ik een fietsenmaker. Het is een lieve oude man met grijze haren. Een kwartier later is mijn fiets weer klaar. Buiten begint het zachtjes te regenen. "Mevrouw, waarom doet u dat?" vraagt de man. "Waarom rijdt u helemaal uit Limburg naar de kust? Ik zou dat niet meer kunnen. Ik ben er te oud voor. Vroeger fietste ik van Ursel naar de kust en terug. Dat gaat niet meer." De man zucht. "Fiets met me mee tot Brugge", zeg ik tegen hem. "Je zult zien. Dat lukt je nog wel." Samen rijden we naar Brugge. Het lukt de man zonder problemen. We stoppen in Brugge aan de basiliek van het Heilig Bloed. De man neemt me mee naar binnen. Hij knielt in de kapel. "Heer, bedankt voor uw kracht", fluistert hij. Dan staat hij weer recht. "Ria, jij ook bedankt. Schrijf me als je weer thuis bent. Het ga je goed." Brugge - De Haan 18 km Ik ruik het zoute water. Ik voel de wind in mijn haren. De zee komt dichter. Riemst - De Haan, 232 kilometer. Het einde van mijn tocht is in zicht. De zon brandt op mijn huid. Ik fiets steeds sneller. En sneller, en sneller. Ik rijd met de fiets het strand op. Ik fiets tot ik niet meer kan. Mijn voorwiel blijft steken in het zand. Ik laat mij rustig vallen op het warme strand. Ik lach. De meeuwen vliegen boven mij in de lucht. Hier eindigt mijn reis. "Ria, ben jij dat?" vraagt een stem. Ik kruip snel weer recht. Ik draai me om. Het lijkt alsof ik in een spiegel kijk. "Rita!" roep ik. "Kwam je helemaal naar hier met de fiets? Om mij te zien?" vraagt ze. "Ja, dat deed ik, Rita", antwoord ik. Beste lezers, Dit was het verhaal van mijn lange reis. In de zomer van 2008 vond ik Rita terug. Na 232 lange kilometers. De kilometers van mijn leven. Na 40 lange jaren zwijgen. We praatten nog een hele avond op het strand. Over onze jeugd. Over Rik natuurlijk. Drie jaar geleden was hij plots gestorven. Rita wilde me toen al bellen. "Ik nam de hoorn wel 100 keer van de haak", zei ze. "Maar ik durfde je nummer niet te draaien." Ze vond pas na 3 jaar de moed. Ze wist niet of ik zou komen. Ze was jaren gelukkig met Rik. Ik was jaren gelukkig alleen in Riemst. Maar we hadden samen veel jaren verloren. Die avond haalde Rita het muntje weer boven. Het was hetzelfde muntje uit 1968. We gooiden opnieuw. Het was kop. Ik mocht in De Haan blijven. Ik was zo gelukkig. En wat was munt? Dan gingen we samen in Riemst wonen. (Einde (Wablieft - 2008)